zaterdag 27 februari 2010

De rest is geschiedenis 

- door Laura Mentink 

Zaterdag 27 februari. De één na laatste voorstelling. Vaarwel Melkwoud, we gaan je alweer verlaten. Het was mooi. We hebben genoten van je bewoners, je heuvels en de zee. En van je taal. Wat rest zijn foto’s. En herinneringen. 

 

Vier maanden lang hebben we ons in Onder Melkwoud ondergedompeld. De meest in het oog springende resultaten daarvan heeft u kunnen zien: de voorstelling, de weblogs, het filmpje en de foto’s. (Mocht u dit gemist hebben, de voorstelling is nog twee dagen te bezoeken! De blogs en foto’s blijven nog wel even op de site staan.) 

 

Maar wat u niet te zien krijgt, zijn de flarden Onder Melkwoud die wij, acteurs, regisseur en alle medewerkers achter de schermen, ongemerkt met ons meenemen. Zinnen die in ons hoofd blijven zitten. Bepaalde personages die je nooit meer vergeet. Vreemde zinsconstructies. Liedjes. Beelden. Uitdrukkingen. Scherfjes en brokjes Onder Melkwoud. Ze blijven aan onze zolen kleven. Nestelen zich in ons haar. Liften mee in de voering van onze jas. Blijven onder onze nagels zitten. We raken het nooit helemaal meer kwijt.  

 

Een voorbeeld. Ik zit in de tram. Tegenover mij zit een forse meneer met een lieve, treurige glimlach. Hij heeft rossige krulletjes en grote rode handen. Hij frunnikt aan de sluiting van zijn handtas. Normaal zou hij me niet opgevallen zijn. Maar nu ontroert hij me. Ik weet wie het is. “De tweehonderdveertig snurkende, lieve ponden van Mister Waldo, konijnenvanger, kapper, kruidenkenner, kattendokter, kwakzalver, met zjin vette rozerode handen, palmen naar boven gekeerd, over de rand van de lappensprei; zijn zwarte laarzen net en proper in de waskom, zijn bolhoed aan een spijker boven het bed, onder het hoofdkussen een fles stout en een snee koude broodpudding.” Het is Mr Waldo. 

 

Ik passeer een verliefd stelletje. Hij fluistert haar iets in haar oor. Hij kijkt stout. Zij loopt koket weg. Beledigd. “Zij voelt zijn bokkebaard die haar kietelt in het midden van de wereld als een bosje vurig ijzerdraad en zij draait in een angst van verrukking weg van zijn zwepen en de brand van zijn bakkebaarden en zij gaat in de keuken zitten voor een vol bord gebakken aardappelen met lamsniertjes.”  

 

En bij de groenteman wenst de vrouw van de groenteman mij een ‘prettig’ weekend. Direct schieten mijn gedachten naar Mrs Dae Brood Eén, die de straat opwalst als een pudding, “…met mijn oud korset lekker niet aan, prettig om gemakkelijk te zijn, prettig om prettig te zijn, ik ratel over de keien om een buurvrouw wakker te porren…” 

 

In de trein zit een wat ouder echtpaar achter mij. Zij babbelt aan één stuk door. Hij luistert niet, dat hoor ik. Af en toe zegt hij “Ja”, op goed geluk. En soms herhaalt hij het einde van haar zin. Ik schiet in de lach. Mr en Mrs Organ Morgan! 

“Mrs Organ Morgan: (…) Herinner je je Bob Spit? Hij was niet groter dan een baby en hij gaf er haar twee. Maar het zijn twee lieve jongens, dat moet ik zeggen. Fred Spit en Arthur. Soms houd ik meer van Fred en soms houd ik meer van Arthur. Van wie houd jij het meest, Organ? Mr Organ Morgan: Oh, Bach, zonder de minste twijfel. Bach vóór alles bij mij. 

Mrs Organ Morgan: Organ Morgan, je hebt niet naar één woord geluisterd, dat ik zei. Het is aldoor maar orgel en orgel met jou…” 

 

Ik loop over de Keizersgracht in Amsterdam. De zon schijnt. En in mij zingt het “Buiten springt de zon neer op de woeste, woelige stad en loopt door de hagen van de Klapbeslaan en slaat de vogels tot zij zingen. De lente zwiept groenig neer op de Mosselweg en de schelpen barsten open”. Zou het lente worden? 

 

De volgende ochtend, uur of tien. Het is druk op het station. Krantjes worden uitgedeeld. Koffie verkocht. Broodjes gesmeerd. Kaartjes gekocht. Op borden gekeken. Zakken gerold. En door mijn hoofd schiet de zin: “De morgen is bezig als bijen”.  

 

’s Avonds loop ik over de Wallen terug naar huis. Ik zie een plaatje van een vrouw op haar rug, met haar benen wijd. Onbewust neurie ik: “Kom en veeg mijn schoorsteen, kom en veeg mijn schoorsteen…” Een man tikt op het raam van één van de dames. En een fractie van een seconde meen ik dat hij zegt: “Parlez-vous tjsoek tsjoek, Madame?” Ik zal het wel verkeerd verstaan hebben… 

 

Thuis maak ik mijn bed op en en kruip in een schone pyama onder de dekens. Mmm… Ineens schrik ik overeind. Ik ben nu net Mrs Ogmore-Prichard!“ In haar ijsbergwitte, heilig gestoomde crinoline nachtjapon onder deugdzame noordpooldekens, in haar gepoetste, gelikte stofuitdagende slaapkamer in kraakkeurig ‘Zeezicht’(…) slaapt Mrs Ogmore-Pritchard, tweemaal weduwe, van Mr Ogmore, linoleum,gepensioneerd en Mr. Pritchard, mislukte bookmaker, die dol geworden door bezemen, zwabberen en schrobben, door de stem van de stofzuiger en de damp van politoer jammer genoeg een ontsmettingsmiddel heeft geslikt, en zij rilt en schokt in haar geschuurde slaap…” 

 

En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Voorbeelden die voor mij aangeven dat Onder Melkwoud lééft. Zestig jaar na dato stikt het op straat van de Mr en Mrs Pughs, van de Willy Nilly’s, de Lily Smalls en de Mary Ann Zeemans. Ik hoop dat ik ze nog vaak mag tegenkomen. En herkennen. Dankjewel Onder Melkwoud! 

 

 

 

 

 

 

Reserveringen

Aantal kaarten: 

Totaalbedrag: 

bevestigen

 

bonheur theaterbedrijf rotterdam

 

010 404 67 16bonheur@bonheur.nlcolofonblogtwitterhyves

Naam

 

Voorstelling

 

Reactie *

Mijn reactie mag ook op de facebook-pagina van Bonheur geplaatst worden

 

Velden met een * zijn verplicht.